Opdrachtregelopties voor scannen op aanvraag

VirusScan Enterprise gebruikt de scanner op aanvraag SCAN32.EXE om dreigingen te detecteren. U kunt dezelfde uitvoerbare opdracht SCAN32 gebruiken vanaf de opdrachtregel, of als deel van een batchbestand om updatetaken uit te voeren.

De syntaxis SCAN32 vereist geen specifieke volgorde ten aanzien van de elementen, behalve dat een eigenschap en de bijbehorende waarde niet gescheiden kunnen worden. Deze syntaxis bestaat uit:
  • Bestandsnaam – De naam van het uitvoerbare bestand: SCAN32.EXE.
  • Opties – De optie wordt voorafgegaan door een slash-teken (/) en is niet hoofdlettergevoelig.

De indeling van de opdracht is als volgt:

SCAN32 EIGENSCHAP=WAARDE [,WAARDE] [/optie].

Hieronder volgt een voorbeeld van een scan32.exe-opdracht:

scan32.exe PRIORITY /normal

In dit voorbeeld:
  • ‘PRIORITY’ is een opdrachtwaarde.
  • ‘/normal’ is een waardeoptie.

Opdrachtregelwaarden- en opties voor scannen op aanvraag


Opdrachtregelwaarde Definitie met opties

ALL

Alle bestanden in de doelmap worden gescand.

ALLOLE

Standaardbestanden en alle Microsoft Office-documenten worden gescand.

ALWAYSEXIT

De scantaak op aanvraag wordt gedwongen afgesloten, zelfs als de scantaak wordt voltooid met een fout of als de scantaak mislukt.

APPLYNVP

Er wordt gescand op de mogelijk ongewenste programma’s die zijn ingesteld in het Beleid voor ongewenste programma’s.

ARCHIVE

Archiefbestanden, zoals .ZIP-, .CAP-, .LZH- en .UUE-bestanden worden gescand.

AUTOEXIT

De scanner op aanvraag wordt afgesloten na voltooiing van een niet-interactieve scantaak.

CLEAN

Het gedetecteerde doelbestand wordt opgeschoond wanneer een mogelijk ongewenst programma wordt gevonden.

CLEANA

Het gedetecteerde doelbestand wordt opgeschoond wanneer een ongewenst programma wordt gevonden.

CONTINUE

Het scannen wordt voortgezet nadat er een mogelijk ongewenst programma is gevonden.

CONTINUE2

Het scannen wordt voortgezet nadat de primaire actie is mislukt nadat er een mogelijk ongewenst programma is gedetecteerd.

CONTINUEA

Het scannen wordt voortgezet nadat er een ongewenst programma is gedetecteerd.

CONTINUEA2

Het scannen wordt voortgezet nadat de primaire actie is mislukt nadat er een ongewenst programma is gedetecteerd.

DEFEXT

Er worden bestandsextensies die u als parameters het opgegeven aan de lijst met geselecteerde bestandstypen toegevoegd die zijn opgenomen in het scannen.

DELETE

Het gedetecteerde bestand wordt verwijderd wanneer er een mogelijk ongewenst programma wordt gevonden.

DELETE2

Het gedetecteerde bestand wordt verwijderd nadat de primaire actie is mislukt nadat er een mogelijk ongewenst programma wordt gevonden.

DELETEA

Het bestand wordt verwijderd wanneer er een ongewenst programma is gedetecteerd.

DELETEA2

Het gedetecteerde bestand wordt verwijderd nadat de primaire actie is mislukt nadat er een mogelijk ongewenst programma is gedetecteerd.

EDIT

Het dialoogvenster met de scaneigenschappen wordt weergeven.

EXT

De extensies in de lijst met geselecteerde bestandstypen die zijn opgenomen in het scannen worden vervangen door de bestandsextensies die u toevoegt, als parameters na dit argument.

LOG

Detectierapporten worden vastgelegd in een vooraf opgegeven logboekbestand.

LOGFORMAT <waarde>

De opgegeven bestandsindeling wordt voor het logboekbestand gebruikt. Geldige waarden zijn ANSI, UTF8 en UTF16.

LOGSETTINGS

De configuratie-instellingen van een scantaak worden vastgelegd in het logboekbestand.

LOGSUMMARY

Er wordt een overzicht van de scanresultaten in het logboekbestand vastgelegd.

LOGUSER

Informatie over de gebruiker die een scantaak uitvoert, wordt in het logboekbestand vastgelegd.

MHEUR

Artemis-detectie van dreigingen die worden veroorzaakt door macro’s wordt ingeschakeld.

MIME

Mogelijk ongewenste programma’s worden gedetecteerd in bestanden die in MIME (Multipurpose Internet Mail Extensions) zijn gecodeerd.

NOESTIMATE

De scanduur wordt niet berekend voordat het scannen van bestanden wordt gestart. De voortgangsbalk wordt in dat geval niet weergegeven.

PHEUR

Artemis-detectie wordt ingeschakeld voor dreigingen die niet worden veroorzaakt door macro’s.

PRIORITY

De prioriteit van de scantaak wordt ingesteld ten opzichte van andere CPU-processen. Selecteer een van de volgende opties:
  • LAAG
  • BELOWNORMAL — De ePolicy Orchestrator-standaard.
  • NORMAL — De VirusScan-console-standaard.
Opmerking: U kunt een numerieke parameter van 1 tot 100 invoeren, waarbij 10 gelijk is aan LOW, 50 gelijk is aan BELOWNORMAL en 100 gelijk is aan NORMAL.

PROMPT

De gebruiker wordt gevraagd welke actie er moet worden uitgevoerd wanneer er een mogelijk ongewenst programma wordt gedetecteerd.

PROMPT2

De gebruiker wordt gevraagd welke actie er moet worden uitgevoerd als de primaire actie is mislukt nadat er een mogelijk ongewenst programma is gedetecteerd.

PROMPTA

De gebruiker wordt gevraagd welke actie er moet worden uitgevoerd wanneer er een ongewenst programma wordt gedetecteerd.

PROMPTA2

De gebruiker wordt gevraagd welke actie er moet worden uitgevoerd als de primaire actie is mislukt nadat er een ongewenst programma is gedetecteerd.

RPTSIZE

De grootte van het logboekbestand wordt ingesteld (in megabytes).

START

De scantaak wordt uitgevoerd. Het eigenschappendialoogvenster wordt niet weergegeven.

TASK

De scantaak op aanvraag gestart die is opgegeven in de VirusScan-console wordt gestart. Als u deze opdracht gebruikt, mo
et u aanvullende parameters gebruiken voor het instellen van de taak-id die op de volgende locatie in het register is vastgelegd: hkey_local_machine_\software\McAfee\Desktop\Protection\Tasks.

UINONE

De scanner wordt gestart zonder dat het gebruikersinterfacedialoogvenster wordt weergegeven.

Opdrachtregelopties voor scannen op aanvraag